ECLI:NL:CRVB:2015:2802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens alcoholmisbruik en vroegtijdige beëindiging re-integratietraject
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was in het kader van re-integratie werkzaam bij de Buurtbedrijven. Op 24 maart 2014 verscheen appellant onder invloed van alcohol op het werk, met blikken bier in zijn jas, waarna hij werd weggestuurd. Dit gedrag leidde tot een verlaging van zijn bijstand met 40%, die vanwege recidive werd verdubbeld naar 80%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel, stellende dat hij was weggestuurd en niet meer hoefde terug te komen, waardoor het besluit op bezwaar een gewijzigde motivering bevatte en zijn procespositie werd geschaad. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit op bezwaar als een heroverweging moet worden gezien en dat de wijziging in motivering geen nieuwe primaire beslissing inhoudt. Tijdens de hoorzitting was het gedrag van appellant besproken, inclusief de mogelijke gewijzigde motivering, zodat appellant niet in zijn procespositie is geschaad.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarmee de verlaging van de bijstand met 80% gehandhaafd blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 80% wegens recidive in alcoholmisbruik en vroegtijdige beëindiging van het re-integratietraject wordt bevestigd.