ECLI:NL:CRVB:2009:BI4217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand over de periode van 18 januari 2003 tot 6 oktober 2005, welke door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel werd ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht. Het College stelde dat appellant zijn hoofdverblijf had in een gezamenlijke huishouding met mevrouw [naam J], met wie hij een kind had, waardoor hij geen recht had op bijstand als alleenstaande.
Appellant voerde verweer tegen de wijziging van de grondslag van het besluit, stellende dat hij niet correct is gehoord over deze wijziging. De Raad oordeelde dat het College niet verplicht was hem opnieuw te horen, mede omdat tijdens eerdere hoorzittingen de woon- en gezinssituatie reeds aan de orde was gekomen.
De Raad stelde vast dat appellant zijn hoofdverblijf inderdaad had in de woning van mevrouw [naam J] en dat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van de WWB. Tevens concludeerde de Raad dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet volledig te informeren over de woonsituatie en het kind, en door onjuiste gegevens op het aanvraagformulier te verstrekken.
De intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten waren dan ook terecht en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en vaste gedragslijn van het College. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.