ECLI:NL:CRVB:2015:2830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende causaal verband met onrechtmatig handelen UWV
Appellant was onterecht een verkorte wachttijd toegepast bij zijn Ziektewetuitkering, waardoor hij recht had op een hogere uitkering tot september 2007. UWV betaalde een nabetaling zonder verrekening met de WIA-uitkering, wat leidde tot een tijdelijk te hoog inkomen en het verlies van toeslagen en terugvorderingen door de fiscus.
Appellant ontving een schadevergoeding van UWV voor deze onrechtmatigheid, maar verzoeken om kwijtschelding van lokale belastingen werden afgewezen wegens vermeend voldoende banksaldo. Appellant vorderde vergoeding van de schade door afwijzing kwijtschelding, maar UWV wees dit af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant door de schadevergoeding in dezelfde vermogenspositie verkeerde als zonder het onrechtmatig handelen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Hoewel het onrechtmatig handelen van UWV vaststaat, is onvoldoende aangetoond dat de schade door afwijzing kwijtschelding causaal verband houdt met dat handelen. Ook de rechtmatigheid van eerdere schadebesluiten staat vast, waardoor geen grond is voor aanvullende vergoeding.
De Raad concludeert dat appellant na schadevergoeding in dezelfde positie verkeert als zonder onrechtmatig besluit, en bevestigt de afwijzing van zijn schadevergoedingsverzoek. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding wegens onvoldoende causaal verband met het onrechtmatig handelen van UWV.