ECLI:NL:CRVB:2015:2855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontving bijstand tot augustus 2012, waarna deze werd ingetrokken. Hij diende meerdere aanvragen in voor hernieuwde bijstand, die deels buiten behandeling werden gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. Uiteindelijk werd bijstand toegekend met ingang van 8 april 2013, maar appellant maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend. De stelling van appellant dat hem geen verwijt kan worden gemaakt voor het niet tijdig aanleveren van stukken, had in eerdere procedures tegen de besluiten tot buiten behandelingstelling moeten worden ingebracht.
Verder wijst de Raad het beroep op het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind af, omdat deze verdragsbepalingen niet rechtstreeks bindend zijn voor de bijstandverlening. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.