ECLI:NL:CRVB:2015:2874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.W. Akkerman
- E. Dijt
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 16 februari 2011 uit wegens psychische klachten en fysieke aandoeningen. Het UWV stelde op 15 januari 2013 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen op basis van rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen werden onderschat, met name de psychische klachten, en dat het verzekeringsgeneeskundig protocol voor depressieve stoornis onvoldoende was gevolgd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van appellant in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De Raad vond geen reden om aan het standpunt van de verzekeringsarts te twijfelen en bevestigde dat met de klachten volgens het protocol reeds voldoende rekening was gehouden. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee het beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.