ECLI:NL:CRVB:2015:2881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep in zaak Wajong inkomensondersteuning
Appellante vroeg op grond van de Wet Wajong inkomensondersteuning aan omdat zij meende niet in staat te zijn 75% van het minimumloon te verdienen. Het UWV wees dit aanvankelijk af, maar na bezwaar en beroep wijzigde het UWV het besluit en kende zij de inkomensondersteuning toe met een lichte urenbeperking.
Appellante was het niet eens met de vastgestelde beperkingen en stelde dat zij meer beperkt was, onderbouwd met een psychiatrisch rapport. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad beoordeelde echter of appellante nog procesbelang had bij het hoger beroep, nu het UWV haar verzoek grotendeels had ingewilligd.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het doel van het hoger beroep, toekenning van inkomensondersteuning, reeds was bereikt. Appellante had geen belang meer bij een andere beoordeling van de beperkingen die geen invloed hadden op de hoogte van de uitkering.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.