ECLI:NL:CRVB:2015:2897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering toeslag wegens halfwezenuitkering en niet-naleving inlichtingenplicht
Appellante ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering met toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Na beëindiging van haar gezamenlijke huishouding in 2005 en het ontvangen van een halfwezenuitkering voor haar pleegkind, heeft het Uwv de toeslag herzien en teruggevorderd wegens onverschuldigde betaling.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat zij haar wijzigingen tijdig had doorgegeven en dat de halfwezenuitkering niet als haar inkomen mocht worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellante niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan en dat de halfwezenuitkering als inkomen geldt.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelt dat de halfwezenuitkering volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen als inkomen van appellante moet worden beschouwd, ongeacht dat het voor haar pleegkind bestemd is. Ook is niet gebleken dat appellante tijdig wijzigingen heeft doorgegeven. Dringende redenen om af te zien van herziening of terugvordering zijn niet aangetoond.
De Raad concludeert dat het Uwv terecht de toeslag heeft herzien en het onverschuldigd betaalde bedrag heeft teruggevorderd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de toeslag wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting en het beschouwen van de halfwezenuitkering als inkomen van appellante.