ECLI:NL:CRVB:2015:295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsplicht AWBZ
Appellante ontving voor 2010 en de periode tot 15 oktober 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) voor AWBZ-geïndiceerde begeleiding. Het zorgkantoor stelde vast dat appellante niet voldeed aan de verantwoordingsplicht zoals voorgeschreven in de Regeling subsidies AWBZ, waaronder het ontbreken van rechtsgeldige zorgovereenkomsten en onvoldoende bewijs van geleverde zorg.
Het zorgkantoor vorderde daarom terugbetaling van respectievelijk € 6.015,72 over 2010 en € 3.139,30 over 2011. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante voerde aan dat zij meer zorg had genoten dan verantwoord en dat zij door verrekening niet in staat was volledige verantwoording af te leggen.
De Raad oordeelde dat appellante geen bewijs had geleverd voor haar stellingen en dat het zorgkantoor terecht gebruik heeft gemaakt van haar discretionaire bevoegdheid om het pgb lager vast te stellen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De terugvordering van het persoonsgebonden budget wordt bevestigd wegens niet-naleving van de verantwoordingsplicht.