Betrokkene, voormalig chauffeur, ontvangt sinds 2007 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door onder meer Morbus Crohn en gewrichtsklachten. Na een herbeoordeling in 2011 stelde het UWV beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waaronder een beperking op frequent buigen. Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van 6 januari 2012, waarin het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de beperking op frequent buigen als 'licht beperkt' was aangemerkt en niet als 'beperkt'. Tevens was onduidelijk waarom de functie Wikkelaar, ondanks overschrijding van tilbelasting, werd goedgekeurd. Het besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
In hoger beroep overlegt het UWV een aanvullend rapport waarin de verzekeringsarts de beperking op frequent buigen nader toelicht. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat de eerdere motivering ontoereikend was, maar acht de aanvullende toelichting in het rapport van november 2012 voldoende. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep en legt griffierecht op. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2015.