ECLI:NL:CRVB:2015:3030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onroerende zaak in Turkije en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf 18 augustus 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek bleek dat appellant sinds 19 juli 2009 eigenaar was van een onroerende zaak in Turkije met een waarde van €34.000,-. Het college beëindigde de bijstand per 1 september 2011 vanwege overschrijding van de vermogensgrens en besloot later de bijstand over de periode van 19 juli 2009 tot 1 september 2011 in te trekken en terug te vorderen.
Appellanten betwistten niet het eigendom van de woning, maar stelden dat het appartement feitelijk aan de dochter toebehoorde. De Raad oordeelde dat appellanten niet met objectieve en verifieerbare gegevens konden aantonen dat appellant niet over het vermogen kon beschikken. Ook werd de inlichtingenverplichting geschonden doordat het bezit niet tijdig werd gemeld.
De aanvragen om bijstand in september 2012 en januari 2013 werden afgewezen omdat appellanten de gevraagde bewijsstukken niet overlegden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarbij geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het bezit van een onroerende zaak in Turkije en schending van de inlichtingenverplichting.