ECLI:NL:CRVB:2015:3040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen inhouding bestuursrechtelijke premie op AOW-pensioen niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin werd meegedeeld dat de bestuursrechtelijke premie voor de Zorgverzekeringswet werd ingehouden op zijn AOW-pensioen. Het bezwaar werd echter niet tijdig ingediend. Appellant stelde dat zijn verblijf in het buitenland en zijn gezondheid hem verhinderden tijdig bezwaar te maken, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het ontbreken van verschoonbare redenen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de Svb op de hoogte was van zijn verblijf in Suriname en dat hiermee onvoldoende rekening was gehouden.
De Raad oordeelde dat de wettelijke termijn was verstreken en dat het aan appellant was om tijdens zijn langdurige verblijf in het buitenland adequate maatregelen te treffen om zijn belangen te behartigen. Aangezien appellant geen voorzieningen had getroffen om post te ontvangen of te laten behandelen, kon geen sprake zijn van verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de inhouding van de bestuursrechtelijke premie op het AOW-pensioen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.