ECLI:NL:CRVB:2019:1583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van voldoende medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als [Functie] en meldde zich ziek met hoofdpijnklachten. Het UWV stelde na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde daarom haar ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar medische situatie was verslechterd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet had afgezien van een hoorzitting en dat het UWV niet zorgvuldig had gehandeld. Tevens stelde zij dat haar medische toestand per 25 september 2015 was verslechterd, onderbouwd met medische informatie.
De Raad oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren. De medische informatie over de vermeende verslechtering bood geen aanleiding het standpunt te wijzigen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.