ECLI:NL:CRVB:2015:310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging WAO-uitkering wegens overschrijding termijn
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering die door het UWV is beëindigd per 25 december 2012 omdat appellant vanaf die datum een AOW-uitkering ontvangt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in tegen het bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, zonder verschoonbaarheid.
In hoger beroep gaf appellant een toelichting en verwees naar contacten met het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en verzocht om coulance. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beroepstermijn van zes weken, zoals voorgeschreven in de Awb, was overschreden en dat geen verschoonbare reden voor de overschrijding was gebleken. Contact met het EHRM en verzoek om coulance konden de wettelijke termijn niet verlengen.
De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 februari 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.