Uitspraak
OVERWEGINGEN
Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende op 24 mei 2013 een aanvraag om bijstand in bij het UWV Werkbedrijf, waarbij zij verklaarde alleen te wonen op het opgegeven adres. Uit de gemeentelijke basisadministratie bleek echter dat op dat adres nog een andere persoon stond ingeschreven. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag vroeg vervolgens aanvullende gegevens op, waaronder bankafschriften.
Appellante werd uitgenodigd voor een gesprek op 4 juni 2013, maar vertoonde zich niet alleen onvoldoende meewerkend; zij en haar begeleider gedroegen zich verbaal en non-verbaal agressief tegenover de consulenten en beveiligers, waardoor het gesprek niet normaal kon worden afgerond en een aansluitend huisbezoek niet kon plaatsvinden.
Het college wees de aanvraag bij besluit van 11 juni 2013 af wegens onvoldoende verstrekte informatie over haar woon- en leefsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij de aanvrager ligt en dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht een geldige grond is voor weigering. De door appellante gestelde psychische problemen werden niet onderbouwd met medische stukken. Ook was het niet de taak van het college om op eigen initiatief een huisbezoek te verrichten.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende informatie en het onmogelijk maken van een huisbezoek.