ECLI:NL:CRVB:2015:3143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijnoverschrijding bij professionele herbeoordeling WIA-uitkering
Appellant ontving vanaf 30 augustus 2010 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Op 20 februari 2013 stelde het UWV bij een professionele herbeoordeling vast dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef en wijzigde de uitkering niet.
Appellant diende pas op 27 mei 2013 bezwaar in tegen dit besluit, terwijl de bezwaartermijn op 4 april 2013 was verstreken. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare reden. Appellant werd niet als gemachtigde in deze procedure erkend, zodat het besluit rechtsgeldig aan appellant zelf was bekendgemaakt.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep af. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt omdat het niet aan zijn gemachtigde was toegezonden. De Raad oordeelde echter dat het UWV niet verplicht was het besluit aan de gemachtigde te zenden, omdat deze zich niet als gemachtigde in deze procedure had gesteld en er geen nauwe verwevenheid met andere zaken bestond.
De Raad concludeerde dat de bezwaartermijn correct was aangevangen en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 20 februari 2013 is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.