ECLI:NL:CRVB:2015:3175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaar en dwangsom bij bijzondere bijstand bewindvoering
Appellante diende op 25 februari 2013 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde zij het college op 25 april 2013 in gebreke. Op 10 mei 2013 ontving zij drie brieven van het college waarin de aanvraag werd afgewezen, welke als besluiten werden aangemerkt. Het college stelde bij besluit van 10 juni 2013 dat geen dwangsom verschuldigd was omdat de besluiten binnen de wettelijke termijn waren verzonden.
Appellante maakte bezwaar tegen de brieven, waarna het college op 11 juli 2013 alsnog bijzondere bijstand toekende voor bepaalde kosten. Vervolgens verklaarde het college het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar geen belang meer had. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het dwangsombesluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de brieven geen besluiten waren of te laat waren bekendgemaakt, waardoor het college een dwangsom had verbeurd. De Raad oordeelde dat de brieven wel besluiten zijn, ook al ontbrak een datum, en dat deze tijdig zijn verzonden binnen de termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college tijdig heeft beslist en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.