ECLI:NL:CRVB:2015:326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens onvoldoende duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als medewerker goederenverwerking, meldde zich in 2007 ziek met multicausale psychische klachten en slaapapneu. Het UWV stelde in 2008 vast dat geen recht op WIA-uitkering bestond, waarna appellant in 2011 een aanvraag indiende. Medische onderzoeken en arbeidskundig onderzoek leidden tot een vaststelling van 53,69% arbeidsongeschiktheid per 22 juni 2009.
Het UWV kende appellant een loongerelateerde WGA-uitkering toe, gevolgd door loonaanvullings- en vervolguitkeringen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat de medische beoordeling onvoldoende was en dat hij recht had op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische onderbouwing zorgvuldig was en dat appellant in staat werd geacht passend werk te verrichten. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, oordeelde dat de psychische beperkingen niet zodanig waren dat een IVA-uitkering gerechtvaardigd was en dat de medische rapporten en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren gewogen.
Het hoger beroep werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad vond geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en wees het beroep af, waarmee de eerdere uitspraak werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.