ECLI:NL:CRVB:2015:3364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag zonder overleg
Appellante was werkzaam als medewerkster callcenter en meldde zich ziek met psychische klachten. Na re-integratieverzoeken en het niet krijgen van aangepast werk, nam zij ontslag zonder overleg met de werkgever of bedrijfsarts. Het UWV weigerde haar WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van appellante kon worden verlangd. In hoger beroep stelde appellante dat haar ontslag een impulsieve daad was door druk van de werkgever en onvoldoende begeleiding, onderbouwd met een brief van haar huisarts.
De Raad oordeelde dat appellante geen pogingen had gedaan om problemen te bespreken of zich opnieuw ziek te melden. De verklaring van de huisarts en het verzekeringsartsrapport konden niet wegnemen dat zij verwijtbaar werkloos was geworden. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.