ECLI:NL:CRVB:2015:3440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid van leerkracht na onvoldoende functioneren en verbeterkansen
Appellante was sinds 2001 werkzaam als leerkracht LB voor een NT2-schakelklas. Vanaf eind 2010 tot april 2013 zijn diverse functioneringsgesprekken en klassenbezoeken gehouden, waarbij concrete tekortkomingen in haar functioneren werden vastgesteld, zoals rommelige klas, onvoldoende vastlegging van leerlinggegevens, late en foutieve rapporten, en gebrekkige samenwerking met collega’s.
Het college van bestuur heeft appellante op 20 december 2013 medegedeeld voornemens te zijn haar te ontslaan wegens ernstige ongeschiktheid. Na het horen van haar zienswijze is op 23 januari 2014 het ontslagbesluit genomen, met een WW-uitkering en outplacementtraject. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft de Raad het standpunt van appellante dat sprake is van een verschil van inzicht verworpen. De Raad oordeelde dat de tekortkomingen wezenlijk zijn voor haar functie en dat zij voldoende gelegenheid heeft gehad om te verbeteren. Ook was er voldoende begeleiding en ondersteuning, maar zonder het gewenste resultaat.
De Raad verwierp ook het verweer dat het ontslag het gevolg was van een verstoorde relatie met de directrice, omdat meerdere functionarissen kritiek hadden geuit. Verklaringen over goed invalwerk na ontslag konden het functioneren in de relevante periode niet beïnvloeden.
Gelet op de concrete voorbeelden, de geboden kansen en het uitblijven van verbetering, was het ontslagbesluit rechtmatig. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ongeschiktheid bevestigd.