ECLI:NL:CRVB:2015:3446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Ongevraagd ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door ongewenst gedrag en misbruik diensttelefoon
Betrokkene, een politiebrigadier en wijkagent sinds 1994, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof het excessieve privégebruik van zijn diensttelefoon en het zoeken van privécontacten met vrouwelijke burgers die hij in zijn functie ontmoette, evenals onprofessioneel en ongewenst gedrag tegenover vrouwelijke collega’s.
Na een disciplinair onderzoek, waarbij verklaringen van vrouwelijke burgers en collega’s werden gehoord en het internet- en telefoonverbruik werd onderzocht, legde de korpschef het ontslag op. De rechtbank verklaarde dit ontslag onredelijk en oordeelde dat een voorwaardelijk ontslag passend zou zijn, mede vanwege het lange dienstverband en het ontbreken van klachten.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep echter dat het plichtsverzuim van betrokkene ernstig was en dat het ontslag niet onevenredig was. Betrokkene had onvoldoende professionele afstand gehouden, misbruik gemaakt van zijn gezagspositie en het vertrouwen in de politie geschaad. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de korpschef wordt gegrond verklaard en het ontslag van betrokkene bevestigd.