ECLI:NL:CRVB:2015:3448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim ondanks gezondheidsklachten
Appellant was sinds 1995 in dienst van de gemeente Amsterdam en werkzaam op de afdeling Handhaving A. Na meerdere incidenten van plichtsverzuim, waaronder te laat komen, ongeoorloofd afwezig zijn en het afleggen van leugenachtige verklaringen over het gebruik van een dienstvoertuig, legde het college hem een schriftelijke berisping en later ontslag op.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gedrag mede werd veroorzaakt door een slaapstoornis en depressie in 2012, en dat het ontslag niet evenredig was gezien zijn eerdere onbesproken staat van dienst. De Raad oordeelde dat het medisch rapport pas na het ontslagbesluit dateerde en dat de rechtbank in een ziektewetprocedure had vastgesteld dat appellant niet ongeschikt was voor arbeid op het moment van ontslag. Bovendien werd het plichtsverzuim als ernstig en herhaald beschouwd.
De Raad vond het ontslag niet onevenredig gezien de ernst van de gedragingen, de impact op het functioneren binnen de afdeling en de eisen van integriteit en betrouwbaarheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd als niet onevenredig.