ECLI:NL:CRVB:2015:3454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag en stopzetting bezoldiging wegens niet-naleving re-integratieverplichtingen
Appellante was sinds 1995 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en meldde zich op 11 juli 2013 ziek. De bedrijfsarts adviseerde aangepast werk vanaf 17 juli 2013 en volledige werkhervatting vanaf 22 juli 2013. Appellante weigerde echter te verschijnen voor meerdere gesprekken met haar leidinggevende, ondanks dienstopdrachten en waarschuwingen over mogelijke gevolgen.
De minister besloot op 31 juli 2013 de bezoldiging stop te zetten wegens het niet opvolgen van dienstopdrachten en gaf op 24 september 2013 ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Appellante maakte bezwaar, maar de besluiten werden gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de minister terecht de adviezen van de bedrijfsarts had meegewogen en dat de medische gegevens van appellante onvoldoende steun boden voor haar stelling dat zij niet in staat was te verschijnen. Appellante had zonder geldige reden meerdere keren geen gehoor gegeven aan oproepen, waardoor het besluit tot stopzetting van bezoldiging en ontslag op goede gronden was genomen.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag en de stopzetting van de bezoldiging wegens niet-naleving van re-integratieverplichtingen.