ECLI:NL:CRVB:2015:3464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis na WIA-uitkering
Appellant viel in 2006 uit zijn werk en ontving van 2008 tot 2012 een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Hij vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd ontzegd omdat hij niet voldeed aan de referte-eis van artikel 17 WW Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellant stelde dat toepassing van artikel 17a, tweede lid, WW onredelijk was omdat hij altijd volledig had gewerkt tot zijn arbeidsongeschiktheid en dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van personen met een IVA-uitkering. Dit verweer faalt omdat de brief van de minister waarop appellant zich beroept alleen ziet op personen die tijdens een LGU-uitkering nog arbeid verrichtten, wat bij appellant niet het geval was.
De Raad oordeelt dat het onderscheid tussen personen met een IVA-uitkering en personen met een LGU-uitkering niet ongerechtvaardigd is omdat het niet om gelijke gevallen gaat. Het hoger beroep wordt verworpen en de ontzegging van de WW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ontzegging van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de referte-eis.