Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde beroep in tegen vijf besluiten van het UWV die betrekking hadden op de voortzetting en beëindiging van zijn WAO- en Ziektewet-uitkeringen in 2013. De rechtbank had deze beroepen ongegrond verklaard en overwogen dat het UWV zelfstandig zijn afwegingen moet maken bij het beslissen op bezwaar, ook zonder af te wachten op eerdere uitspraken over gerelateerde besluiten uit 2012.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onterecht niet had gewacht op de uitspraak van de rechtbank over de eerdere besluiten en dat de rechtbank de zaken had moeten samenvoegen. Tevens stelde hij dat het griffierecht onterecht dubbel was geheven en dat het UWV fouten had gemaakt waarvoor een financiële compensatie zou moeten volgen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en benadrukte dat het UWV zijn eigen afwegingen moet maken. De Raad wees het argument van appellant over samenvoeging van zaken af, omdat dit een procesrechtelijke bevoegdheid van de rechtbank is en geen vernietigingsgrond oplevert. Ook het bezwaar tegen dubbele griffierechten faalde, aangezien deze betrekking hadden op verschillende beroepsprocedures.
De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe omstandigheden had aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden, bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.