ECLI:NL:CRVB:2015:3552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewet-uitkering na verkeersongeval en medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als schoonmaakster voor tien uur per week toen zij op 2 april 2011 een ongeval kreeg. Zij vroeg op 7 september 2011 een Ziektewet-uitkering aan. Uit medisch onderzoek door verzekeringsartsen van het UWV bleek dat zij beperkt was voor bovennormale fysieke belasting maar geschikt voor haar werkzaamheden. Het UWV kende haar een uitkering toe, maar verklaarde bezwaar tegen de beslissing later ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen aanleiding was om de medische bevindingen van het UWV te betwijfelen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten waren toegenomen, dat zij een whiplash had en dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische problematiek en medicijngebruik. Ook stelde zij dat haar werk fysiek zwaarder was dan aangenomen.
De Raad oordeelde dat de werkomschrijving van de verzekeringsarts juist was en dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd. De psychische klachten en andere medische informatie leidden niet tot andere beperkingen dan reeds vastgesteld. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde dat appellante geschikt was voor haar werk en geen recht had op Ziektewet-uitkering vanaf 26 september 2011.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geschikt is voor haar werk en geen recht heeft op Ziektewet-uitkering vanaf 26 september 2011.