ECLI:NL:CRVB:2015:3631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Verzekering AOW uitgesloten wegens werkzaamheden in Duitsland volgens Verordening 1408/71
Appellant, geboren in Duitsland en werkzaam als zelfstandig advocaat aldaar, betwistte de uitsluiting van zijn AOW-verzekering over twee tijdvakken waarin hij in Duitsland werkte. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had deze tijdvakken als niet verzekerd voor de AOW aangemerkt op basis van Duitse verplichte verzekering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat Verordening (EEG) nr. 1408/71 van toepassing was, die bepaalt dat iemand slechts onder de sociale zekerheidswetgeving van één lidstaat valt. Duitsland had appellant in beide perioden als werknemer verplicht verzekerd verklaard, ook al betoogde appellant dat hij in het eerste tijdvak kloosterling was en in het tweede tijdvak een ambtelijke stage liep.
De Raad stelde vast dat de Duitse kwalificatie van werkzaamheden als loondienst bepalend is en dat de achteraf opgelegde verplichte verzekering in Duitsland niet afdoet aan de exclusieve toepasselijkheid van de Duitse wetgeving. Daarom was appellant terecht niet verzekerd voor de Nederlandse AOW. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Appellant is terecht uitgesloten van AOW-verzekering omdat Duitse wetgeving exclusief van toepassing is.