ECLI:NL:CRVB:2015:369
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Herstel van afgewezen Wuv- en Wubo-aanvragen wegens onjuiste beoordeling vervolging en onderduik
Appellante, geboren in 1938, diende in 2000 aanvragen in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), die destijds werden afgewezen. In 2012 diende zij opnieuw verzoeken in, die wederom werden afgewezen omdat niet was vastgesteld dat zij vervolging had ondergaan of gebeurtenissen had meegemaakt die onder de Wubo vielen.
De Raad beoordeelde dat verweerder ten onrechte niet aannam dat appellante, als lid van de zigeunergemeenschap, vervolging had ondergaan en ondergedoken was geweest na de razzia van 16 mei 1944. De verklaringen en feiten wezen niet op het ontbreken van een reële onderduiksituatie. Verweerder had dit beleid moeten toepassen en de afwijzing was daarom onterecht.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het Wubo-besluit niet kon blijven bestaan zonder rekening te houden met de erkenning als vervolgde onder de Wuv. Daarom werden beide besluiten vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de kosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de afwijzing van de Wuv- en Wubo-aanvragen en draagt verweerder op opnieuw te beslissen.