ECLI:NL:CRVB:2015:3738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 13 april 2009 een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een onderzoek op 25 januari 2013 door een verzekeringsarts werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%, waarna de uitkering per 27 mei 2013 werd beëindigd.
In bezwaar werd de arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld en vastgesteld op 35 tot 45%, waarna een vervolguitkering werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, oordelend dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen werden onderschat, met name in het persoonlijk functioneren en haar fysieke belastbaarheid. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deskundig was uitgevoerd, dat de overgelegde medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellante.
De Raad vond geen reden om een onafhankelijke deskundige in te schakelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.