ECLI:NL:CRVB:2015:3760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde buitenlandse uitkering
Appellante, visueel en licht verstandelijk gehandicapt, ontving bijstand van verschillende gemeenten en later het college van burgemeester en wethouders van Huizen. In 2013 ontdekte het college dat zij sinds 1982 een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit Amerika ontving, wat niet was gemeld. Hierdoor werd de bijstand over de periode 2002-2010 ingetrokken en teruggevorderd.
Appellante stelde dat het college had moeten onderzoeken wat het kennisniveau van haar moeder als belangenbehartiger was, omdat de moeder haar administratie verzorgde en mogelijk niet op de hoogte was van de uitkering. De Raad oordeelde echter dat het college geen onderzoeksplicht had naar het kennisniveau van de moeder, omdat deze al lange tijd de belangen van appellante behartigde en er geen aanwijzingen waren dat zij onvoldoende kennis had.
De Raad concludeerde dat het niet melden van de buitenlandse uitkering aan appellante kan worden toegerekend en dat daarmee de inlichtingenverplichting was geschonden. Dringende redenen om af te zien van terugvordering waren niet aannemelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.