ECLI:NL:CRVB:2015:3851
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening en gelijkstelling Wuv-uitkering wegens onvoldoende verband psychische klachten
Appellant verzocht om aanspraken krachtens de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), maar verweerder wees dit af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant vervolging had ondergaan en omdat geen verband werd gezien tussen zijn psychische klachten en het overlijden van zijn vader. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit.
Appellant vroeg vervolgens herziening, maar dit verzoek werd eveneens afgewezen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit gegrond was wegens onvoldoende motivering omtrent de weigering tot gelijkstelling met de vervolgde. Verweerder nam een nadere beslissing met een uitgebreide motivering over de medische causaliteit, waarin werd toegelicht dat de psychische problematiek van appellant vooral verband hield met affectieve verwaarlozing door zijn moeder en niet met het overlijden van zijn vader.
De Raad vond deze aanvullende motivering houdbaar en verklaarde het beroep tegen het nadere besluit ongegrond. Ook het beroep tegen het herzieningsbesluit werd ongegrond verklaard, omdat de nieuwe medische rapportage geen betrekking had op de psychische klachten die relevant zijn voor de Wuv. De Raad veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, de beroepen tegen het nadere besluit en het herzieningsbesluit worden ongegrond verklaard.