Het UWV kende op 8 februari 2011 een Ziektewetuitkering toe aan belanghebbende met ingang van 15 december 2010. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Grave stelde bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van het college gegrond en vernietigde het besluit, waarbij het college werd aangemerkt als belanghebbende.
In hoger beroep stelde het UWV dat het college weliswaar categoraal belanghebbende is als voormalig werkgever, maar geen concreet procesbelang heeft bij de procedure. Het college verwees naar een aanhangige ambtenarenzaak waarin een medische beoordeling mogelijk van belang zou zijn. Belanghebbende stelde dat er geen actueel arbeidsverhouding meer is en dat het belang van het college onvoldoende is voor procesbelang.
De Raad oordeelde dat het college terecht als categoraal belanghebbende wordt aangemerkt, maar dat het onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het een concreet belang heeft bij de uitspraak over de medische geschiktheid van belanghebbende. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom vernietigd en het beroep van het UWV tegen het besluit van 6 mei 2011 wordt ongegrond verklaard.