ECLI:NL:CRVB:2014:4339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant werd aanvankelijk door het UWV als 80 tot 100% arbeidsongeschikt beoordeeld en kreeg een loongerelateerde WIA-uitkering. De ex-werkgeefster maakte bezwaar, waarna werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat.
De rechtbank wees het beroep van appellant tegen dit besluit af. In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar van de ex-werkgeefster ten onrechte ontvankelijk werd verklaard en dat het medisch onderzoek en de beoordeling van passende functies onzorgvuldig waren. Ook vond hij dat de verklaring van zijn ex-leidinggevende onterecht werd genegeerd.
De Raad oordeelde dat de ex-werkgeefster wel degelijk een concreet belang had bij het bezwaar vanwege mogelijke gevolgen voor haar premiebetaling. Het medisch onderzoek en de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep waren zorgvuldig en consistent, en het ontbreken van een medisch rapport van appellant maakte zijn tegenbewijs onvoldoende. De verklaring van de ex-leidinggevende werd terecht niet als medisch bewijs erkend.
Verder was het oordeel over passende functies juist onderbouwd door de arbeidsdeskundige. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.