ECLI:NL:CRVB:2015:3939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag dak- en thuisloze wegens onvolledige verblijfplaatsopgave
Appellant vroeg op 13 augustus 2013 bijstand aan als dak- en thuisloze en gaf op formulieren verschillende verblijfplaatsen op. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voerde onderzoek uit, waarbij bleek dat appellant op controlebezoeken niet op de opgegeven adressen werd aangetroffen. Dit leidde tot afwijzing van de aanvraag en bevestiging daarvan door de voorzieningenrechter.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel op de opgegeven adressen verbleef en dat het college onvoldoende maatwerk had geleverd door hem niet de mogelijkheid te bieden dagelijks zijn verblijfplaats door te geven. Ook stelde hij dat getuigen gehoord hadden moeten worden. De Raad oordeelde dat appellant op de controledatum niet op de opgegeven adressen verbleef en dat het college voldoende maatwerk had geleverd door onaangekondigde controles uit te voeren op de door appellant opgegeven adressen.
Verder oordeelde de Raad dat het horen van getuigen niet redelijkerwijs had kunnen bijdragen aan de zaak, omdat een getuige in het buitenland verbleef en de andere getuige geen concrete informatie kon geven over de verblijfplaats van appellant. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens het niet aantreffen van appellant op opgegeven verblijfplaatsen en schending van de inlichtingenplicht.