Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering, die telkens werden afgewezen omdat hij volgens het UWV niet arbeidsongeschikt genoeg was om recht op uitkering te hebben. De laatste aanvraag van 10 juli 2012 werd eveneens afgewezen en dit besluit werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen onderschat waren en dat nieuwe medische rapporten van een psycholoog en verklaringen van werkgevers en coaches zijn situatie onderbouwen. De Raad overwoog dat voor een herhaalde aanvraag nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro moeten worden aangevoerd. De aangeleverde psychologische rapporten betroffen geen nieuwe feiten ten tijde van het oorspronkelijke besluit in 2001.
De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe objectieve medische stukken had ingediend en dat zijn melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid niet was onderbouwd met medische informatie. Ook een toekomstgerichte aanvraag ontbrak het aan een deugdelijke onderbouwing. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten of medische onderbouwing.