ECLI:NL:CRVB:2015:3980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-uitkering wegens bezit onroerend goed in buitenland
Appellant ontving vanaf 2002 een AOW-pensioen en vanaf 2010 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). De Sociale verzekeringsbank (Svb) stopte en trok de AIO-uitkering in na onderzoek waaruit bleek dat appellant een appartement in Turkije bezat dat niet was gemeld. Appellant stelde dat het economische eigendom bij zijn neef lag en dat de waarde lager was dan getaxeerd, maar kon dit niet met stukken onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan voldoende onderzoek had verricht en dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De taxatie van het appartement door een lokale makelaar werd als betrouwbaar beschouwd en de door appellant aangevoerde lagere WOZ-waarde en schuld aan zijn neef werden niet aannemelijk gemaakt.
Ook het beroep op dringende redenen om niet terug te vorderen faalde, omdat appellant geen medische onderbouwing leverde en bescherming tegen invordering via beslagvrije voet mogelijk is. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking en terugvordering van de AIO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de AIO-uitkering worden bevestigd wegens het niet melden van bezit van een appartement in Turkije.