Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en werden in 2016 geselecteerd voor een onderzoek naar verblijf en vermogen in het buitenland. Tijdens een vooraf aangekondigd huisbezoek werd een verklaring omtrent het huisbezoek ondertekend, maar de Raad oordeelt dat het informed consent niet ondubbelzinnig was omdat niet duidelijk was dat weigering van het huisbezoek geen gevolgen zou hebben. Hierdoor is het huisbezoek onrechtmatig.
De onderzoeksresultaten van het vermogensonderzoek in Turkije, dat voortvloeide uit het huisbezoek, zijn verboden vruchten en mogen niet worden gebruikt bij de besluitvorming. De Raad vernietigt daarom het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat het recht op AIO-aanvulling introk en de terugvordering van de uitkeringen oplegde.
Desondanks blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellanten in bezwaar eigen belastinggegevens hebben overgelegd waaruit blijkt dat zij gedurende de periode eigenaar waren van een woning in Turkije. De waarde van de woning kan echter niet nauwkeurig worden vastgesteld, waardoor het recht op bijstand niet exact kan worden bepaald. De Raad wijst het beroep toe, veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.