ECLI:NL:CRVB:2015:4018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn AWBZ-indicatie
Appellante verzocht om schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn bij de indicatiestelling op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het CIZ had aanvankelijk haar aanvraag afgewezen, maar na eerdere uitspraken werd zij alsnog geïndiceerd voor verpleging en huishoudelijke verzorging over de periode april tot en met december 2006.
Appellante stelde dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden en dat zij schade had geleden door een te korte indicatieperiode en extra administratieve ondersteuning. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond en appellante geen rechtsmiddelen had aangewend tegen het besluit van 11 mei 2010, dat daardoor rechtmatig en onaantastbaar was. De schade wegens extra administratieve ondersteuning viel buiten de reikwijdte van het geding.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.