ECLI:NL:CRVB:2015:4053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- J.S. Van de Kolk
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Belanghebbende is sinds 2004 werkzaam bij appellante en meldde zich in 2011 ziek. In 2013 vroeg zij een WIA-uitkering aan. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsverplichting van appellante met 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, een zogenoemde loonsanctie.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het handhaven van de loonsanctie eveneens ongegrond, stellende dat het UWV terecht oordeelde dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren en het besluitvormingsproces conform de Awb was verlopen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door een brief van haar niet mee te nemen in het onderzoek en dat er onduidelijkheid bestond over de rol van de Bezwaar Landelijke Loonsanctie Commissie (BLLC). De Raad verwierp deze gronden, onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het besluit van het UWV deugdelijk was gemotiveerd en in overeenstemming met de Awb.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de loonsanctie en verklaart het hoger beroep ongegrond.