Uitspraak
OVERWEGINGEN
Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat voor de bepaling van de fictieve opzegtermijn de opzegtermijn moet gelden die appellant en werkgeefster zijn overeengekomen in de arbeidsovereenkomst. Dit is een tussen appellant en werkgeefster rechtens geldende opzegtermijn. Appellant heeft geen beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de overeengekomen opzegtermijn omdat er sprake was van een ziekmakend arbeidsconflict. Appellant was daartoe ook niet verplicht, aangezien artikel 7:672 van Pro het BW dient ter bescherming van de werknemer.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.