ECLI:NL:CRVB:2015:4161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en beroep tegen functieplaatsing in Landelijk Functiegebouw Nationale Politie
Betrokkene maakte bezwaar tegen zijn functieplaatsing binnen het Landelijk Functiegebouw Nationale Politie (LFNP) en stelde dat de toegewezen LFNP-functie niet passend was, mede vanwege het loopbaanbeleid voor zijn functie en vermeende onjuiste toepassing van de hardheidsclausule.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, stellende dat onvoldoende maatwerk was geleverd en dat de korpschef onvoldoende had gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast. De korpschef nam vervolgens een nieuw besluit dat ook werd bestreden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de korpschef zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de omstandigheden van betrokkene geen onbillijkheid van overwegende aard opleveren en dat de hardheidsclausule terecht niet werd toegepast. Tevens bevestigt de Raad dat de beleidsbeslissing van de korpschef omtrent de functieplaatsing een toekomstgerichte maatregel betreft en geen aanpassing van de oorspronkelijke matching.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover die betrekking heeft op het besluit van 28 juli 2014 en verklaart het beroep tegen dat besluit ongegrond. Het beroep tegen het besluit van 3 juli 2015 wordt eveneens ongegrond verklaard. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand. De korpschef wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 28 juli 2014 wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt deels vernietigd.