ECLI:NL:CRVB:2015:4197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens verzwegen werkzaamheden en oplegging boete
Appellant ontving vanaf maart 2010 een WW-uitkering gebaseerd op 39,77 arbeidsuren per week. Naar aanleiding van een anonieme melding over zwart werken bij een café van zijn zus, verrichtte het UWV inspecties en hoorde appellant. Het UWV trok de uitkering vanaf augustus 2011 in en vorderde terugbetaling van €16.484,50 wegens verzwegen werkzaamheden. Tevens werd een boete van €1.650 opgelegd.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering, maar handhaafde de boete. Het UWV stelde incidenteel hoger beroep in en nam een nieuwe beslissing waarbij werd erkend dat appellant werkzaamheden verrichtte gedurende twee dagen per week in bepaalde perioden, met een aangepaste terugvordering van €4.464,12 en een boete van €450.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de werkzaamheden als arbeid in het economisch verkeer moeten worden beschouwd, ook al waren deze onbetaald hulp aan familie. Appellant heeft zijn inlichtingenplicht geschonden door deze werkzaamheden niet te melden. De Raad verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het herziene besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de boete van €450 blijft gehandhaafd.