Uitspraak
OVERWEGINGEN
huidigefunctioneren van [Appellant] en daarbij kijkend naar de competenties ‘coördinatievermogen’ en ‘Coach/mentorschap’ heeft [Appellant] de verwachte geschiktheid voor Senior Basispolitiefunctionaris”.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1997 politieambtenaar, verzocht op 1 december 2012 om bevordering naar een hogere functie binnen de politie. De korpschef besloot de bevordering met ingang van 1 januari 2013 toe te kennen, de eerste dag van de kalendermaand volgend op de aanvraagdatum. Appellant stelde dat hij al per 1 november 2010 aan de voorwaarden voldeed en dus eerder bevorderd had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht de uitvoeringsafspraken die bepalen dat de ingangsdatum van bevordering de aanvraagdatum of de uitvoeringsdatum van het beleid is, tenzij appellant al eerder aan de voorwaarden voldeed, met een uiterste terugwerkende kracht tot 1 november 2010. De korpschef had gehandeld in strijd met deze afspraken door de ingangsdatum te bepalen op de eerste dag van de maand na de aanvraagdatum.
De Raad constateerde dat appellant niet eerder dan de uitvoeringsdatum van 4 mei 2012 voldeed aan de voorwaarden, zoals blijkt uit de beoordeling van juni 2013. Daarom stelde de Raad de ingangsdatum van de bevordering vast op 4 mei 2012. Tevens werd het eerdere besluit vernietigd en de korpschef veroordeeld tot vergoeding van kosten.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bevordering wordt vastgesteld op 4 mei 2012, in plaats van 1 januari 2013.