ECLI:NL:CRVB:2015:4364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- E. Dijt
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing UWV over WIA-uitkering en arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als heftruck- en reachtruckchauffeur, meldde zich ziek met long- en depressieve klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Na bezwaar en beroep nam het UWV nieuwe besluiten die een WGA-uitkering toekenden vanaf 10 oktober 2011, maar beëindigden per 9 december 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en herroept het besluit van 8 oktober 2013, maar betrok niet de latere besluiten van augustus 2014 in haar oordeel. Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten onverminderd ernstig waren en dat de latere besluiten onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd waren.
De Raad oordeelt dat de rechtbank de latere besluiten had moeten betrekken en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de beperkingen van appellant adequaat zijn vastgesteld. De Raad verklaart het beroep tegen het latere besluit ongegrond, vernietigt het eerdere besluit en herroept het primaire besluit.
Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 november 2015.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, herroept het primaire besluit en verklaart het beroep tegen het latere besluit ongegrond.