Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 24 juni 2022 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene heeft een schuld aan de Sociale verzekeringsbank (Svb) wegens onverschuldigd betaalde AIO-aanvulling en toeslag op het AOW-pensioen. De aflossingscapaciteit werd in meerdere besluiten vastgesteld en herberekend, waarbij de Svb bij een besluit van 1 september 2022 een gewenningsregeling toepaste die leidde tot een lagere verrekening per maand.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het besluit van 24 juni 2022 gegrond en vernietigde dit besluit voor zover het de verrekening over mei tot en met augustus 2022 betrof, omdat de rechtbank oordeelde dat de gewenningsregeling al vanaf mei 2022 had moeten gelden. Het beroep tegen het besluit van 1 september 2022 werd ongegrond verklaard.
De Svb stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van 1 september 2022 een nieuw primair besluit is en geen wijziging van het eerdere besluit, en dat de rechtbank ten onrechte dit besluit bij de beoordeling van het beroep had betrokken. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 24 juni 2022 ongegrond, waardoor de aflossingscapaciteit vanaf mei 2022 € 202,56 per maand blijft.
De Raad motiveerde dat de gewenningsregeling onderdeel is van een nieuw coulancebeleid dat pas vanaf juni 2022 geldt en alleen wordt toegepast bij periodieke herberekeningen, waardoor het niet verplicht was dit beleid bij bezwaar tegen het eerdere besluit toe te passen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 juni 2022 wordt ongegrond verklaard en de maandelijkse verrekening blijft € 202,56 vanaf mei 2022.