ECLI:NL:CRVB:2015:4444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ZW-uitkering wegens hogere inkomsten dan verzekerd dagloon
Appellante was vrijwillig verzekerd voor de Ziektewet (ZW) en viel in januari 2011 uit wegens ziekte. Het UWV stelde aanvankelijk een ZW-uitkering vast op basis van een dagloon van €57,96. Later bleek dat appellante als zelfstandige gemiddeld €142,39 per dag verdiende, hoger dan het verzekerde dagloon. Het UWV stelde daarom de ZW-uitkering met ingang van 20 januari 2011 op nihil en vorderde de reeds betaalde uitkering van €10.061,40 terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij voerde aan dat het dagloon voor de vrijwillige verzekering een door haar gekozen bedrag was en niet representatief voor haar werkelijke inkomen, en dat zij niet was geïnformeerd over verrekening van inkomsten met de ZW-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 31, tweede lid, van de ZW (oud) van toepassing is op vrijwillig verzekerden en dat het UWV verplicht is de uitkering te verminderen met inkomsten uit arbeid tijdens ziekte. Het feit dat appellante het dagloon zelf had vastgesteld en zich verzekerde tegen inkomensderving, maakt dat zij rekening had moeten houden met verrekening. De berekening van de inkomstenvermindering was niet betwist. Het hoger beroep faalde en de terugvordering werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de ZW-uitkering op nihil heeft gesteld en de terugvordering heeft gedaan.