ECLI:NL:CRVB:2015:4457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en vergoeding schade wegens termijnoverschrijding
Appellante is sinds 17 december 2008 arbeidsongeschikt vanwege lichamelijke en psychische klachten en vroeg op 28 augustus 2010 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit van 4 november 2010 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Zutphen in 2012.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen waren onderschat en dat zij niet geschikt was voor de geselecteerde functies. Zij overhandigde medische rapporten die een ernstigere psychische toestand en beperkingen stelden. De door de Raad benoemde deskundige onderschreef echter de FML van de verzekeringsarts en vond geen aanleiding tot bijstelling.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust en bevestigde de eerdere uitspraak. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de rechterlijke fase met ruim een jaar was overschreden, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.500 aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en veroordeelt de Staat tot een immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.