ECLI:NL:CRVB:2015:4561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldregeling en toepassing terugbetalingsregels Bbz 2004 na bedrijfsbeëindiging
Betrokkenen ontvingen bijstand op grond van het Bbz 2004 in de vorm van een lening met hypotheek als zekerheid. Na faillissement en verkoop van bedrijfsmiddelen en woning verzochten zij om schuldregeling en kwijtschelding van de lening. De gemeente weigerde medewerking omdat de lening aanvankelijk volledig door zekerheid was gedekt en niet aan de voorwaarden voor schuldregeling werd voldaan.
De rechtbank vernietigde het besluit en oordeelde dat appellant de lening niet correct had teruggevorderd. De Centrale Raad van Beroep herzag dit en stelde vast dat de artikelen 43a tot en met 43d Bbz 2004 alleen van toepassing zijn indien de lening onder hypothecair verband gehandhaafd blijft, wat hier niet het geval was vanwege uitwinning door de eerste hypotheekhouder.
De Raad oordeelde dat appellant terecht geen schuldregeling hoefde te treffen omdat niet alle schuldeisers evenredig medewerkten en dat de lening volledig terugbetaald diende te worden. Het resterende bedrag van €58.721,38 werd renteloos met maandelijkse aflossing op basis van inkomen vastgesteld. Het beroep van appellant werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van betrokkenen werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek schuldregeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.