Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie) tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 3.000,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellante kreeg een WAO-uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht en in staat was om functies als productiemedewerker te vervullen. Na diverse medische onderzoeken en rapportages, waaronder van psychiater Visser en verzekeringsarts Knepper, werd geconcludeerd dat appellante ondanks een paniekstoornis in staat was tot de geduide functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het Uwv terecht had besloten de Ziektewet-uitkering per 17 november 2008 te beëindigen, omdat appellante niet ongeschikt was voor de in aanmerking te nemen arbeid.
Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd. De procedure duurde ruim zes jaar, waarvan meer dan drie jaar te wijten waren aan de rechterlijke fase. De Staat werd veroordeeld tot betaling van € 3.000,- aan appellante wegens immateriële schade door de lange duur van de procedure.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering wordt beëindigd omdat appellante geschikt is voor de geduide functies; de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van € 3.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.