Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak.
- wijst het verzoek om vergoeding van de wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde bij besluit van 7 oktober 2013 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar op 4 april 2014 gehandhaafd en de rechtbank Overijssel verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat, met name dat er een urenbeperking had moeten worden aangenomen en dat de beperking ten aanzien van omgevingsgeluid onvoldoende concreet was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze gronden grotendeels een herhaling waren van eerdere bezwaren die door de rechtbank terecht waren verworpen.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, inclusief het postcommotioneel/whiplashsyndroom en de functionele beperkingen, adequaat was onderbouwd. De arbeidsdeskundige bevestigde dat appellante de geselecteerde functies, met uitzondering van verkoper groothandel, kon vervullen. De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit te wijzigen en wees het verzoek om wettelijke rente af.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 december 2015 en bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.