ECLI:NL:CRVB:2015:4664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening beëindiging ZW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig boekhouder, had zijn Ziektewetuitkering beëindigd zien worden per 10 februari 2003. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures, waarbij het besluit steeds werd gehandhaafd, verzocht appellant in 2012 opnieuw om herziening van het besluit op grond van nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek om terug te komen op het besluit niet ontvankelijk was omdat het tijdvak voor ziekengeld verstreken was en appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die relevant waren voor het oorspronkelijke besluit. De diagnose agorafobie, gesteld na 2003, werd niet als nieuw feit beschouwd omdat de arbeidsbeperkingen reeds in 2003 waren meegenomen.
De Raad bevestigde dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen met verwijzing naar eerdere besluitvorming en oordeelde dat appellant niet in zijn procesbelang was geschaad door de procedurele gang van zaken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot beëindiging van de ZW-uitkering blijft gehandhaafd.